Scene 1

11 okt

Inleiding:
We volgen Fender. Onze onverschrokken hoofdrolspeler die arriveert bij de plek des onheils.
Als hij het pad op loopt lijkt hij nog stoer en onaangeroerd door de verhalen. Maar daar komt snel verandering in als hij ziet wat er zich in het huis bevind.

EEENNN ACTIE!

Het huis was het laatste in een straat vol met gigantische huizen. Het was niet moeilijk je voor te stellen dat er hier ooit koetsen in plaats van auto’s hadden gereden. Een straat met grote monumentale panden,statig, oud en degelijk. Een straat die leek stil te staan in de tijd.
Fender haalde zijn koffer uit de achterbak van de taxi en keek toe hoe de chauffeur de oprijlaan af racete. Het speelde hier enorm, het bijgeloof dat meende dat dit prachtige huis vervloekt was.
Hij snoof en schudde zijn hoofd. Fender was nuchter in dit soort dingen, benaderde de dingen liever van de rationele kant. Natuurlijk ging zijn fantasie wel eens met hem op de vlucht maar het was maar fantasie, niet echt. Een verzameling hout en steen kon onmogelijk mensen laten verdwijnen.
De zon was langzaam aan het zakken en het huis wierp een immens grote schaduw op zijn oprijlaan en de aangrenzende straat. Het was bijna alsof het gebouw dreigend voorover leunde, in werkelijkheid was de fundering alleen maar wat ingezakt waardoor het huis wat scheef stond.
Fender slikte moeilijk. Misschien waren alle verhalen die hij op de heenweg had gehoord en voor zijn vertrek had gelezen niet goed voor zijn objectief denkvermogen en gezond verstand. Dat moest hij er wel bij houden, anders zouden de komende twee weken een hel worden.
Pas toen het geluid van de taxi was weggestorven en hij zijn hart tot bedaren had gekregen kon Fender de greep om het handvat van zijn koffer ontspannen. Hij was hier om die stomme legende te ontkrachten en zijn vrienden te bewijzen dat hij wel degelijk twee weken lang in het huis durfde door te brengen. Hij was hier dus niet om zijn hoofd op hol te laten brengen door iets wat niet meer was dan een oud bouwwerk met een geschiedenis.
De uitnodiging had geschreven dat een groep jongeren bijeen zouden komen op het moment dat de laatste zonnestraal het huis zou raken. Hoewel de zon al aan het zakken was waren er nog genoeg zonnestralen over om het huis bij daglicht te ontdekken. Dit zou zijn gemoedstoestand misschien verbeteren. Het donker stond er immers om bekend het menselijk brein te misleiden.
Fender nam nog een keer diep adem, alsof hij straks binnen in het huis niet meer in staat zou zijn dat te doen en liep toen de trap op.
De deur van het huis was omgeven met een grote ouderwetse deurpost. Het was niet op slot dus duwde hij het open en stapte binnen.
Wat hem direct op viel was de sfeer. Vooroorlogs. Er was weinig veranderd in een lange tijd, te merken aan de haast antieke lichtknoppen en oude leidingen. Het was ook duidelijk dat het huis al een tijdje had leeggestaan. Vergane glorie was het eerste wat in hem opkwam.
Voor hem was een statige trap naar boven, langs de trap een lange gang met een deuren aan weerszijde. Het was alsof hij terug in de tijd was gestapt.
Het weinige licht dat door de ramen naar binnen viel onthulde een dik, stoffig tapijt op de grond en een aantal oude schilderijen aan de muren. Midden in de hal, aan een plafond bezet met ornamenten hing een oude, met stof bedekte kroonluchter.
Fender zette nog een stap dieper in het vertrek en hoorde hoe de deur achter hem in het slot viel.
Het geluid van vogels en ver weg een autobaan werd uitgesloten en ineens was het oorverdovend stil. Er was een raar soort druk. Het was op zijn borstkas gevallen het moment dat hij de drempel overstapte. Een merkwaardige sensatie. Het huis was voller dan vol hoewel er al in geen jaar meer iemand over de vloer kwam.
Nieuwsgierig liet Fender zijn koffer op de vloer liggen terwijl hij dichterbij trad om een schilderij aan de wand te bekijken. Het bezorgde hem de rillingen. Het zat niet alleen onder het stof en spinrag, een bleek, kwaadaardig uitziend persoon staarde hem vanuit zijn ooghoeken aan en…het gromde.
Geschrokken deed hij een stap achteruit. Hij kon zich voorstellen dat een huis met dit soort schilderijen erin als spookhuis zou worden aangemerkt.
Met een bonkend hart evenals een stroom aan nieuwsgierigheid liep Fender verder de gang in.
Door het gebrek aan ramen was het hier donkerder, naargeestiger bijna. De schilderijen aan de wand waren hier nog vreemder. Misvormden, dwergen, vrouwen met baarden. Een soort verzameling van ‘freaks’. Er ging een koude rilling over zijn rug. Raar…
Hopend op een vertrek met ramen duwde hij de eerste de beste deur open.
Het vertrek achter die deur was overweldigend. Het plafond was zeker 4 meter hoog en bezet met ornamenten. De muren maakten een zaal, en de verweerde vloer leek als een zee. Aan de overzijde waren er hoge gedeeltelijk glas-in-lood ramen die uitkeken op de oude bomen in een grote, met onkruid overwoekerde tuin. De zon was inmiddels helemaal verdwenen en aan de bijna donkere hemel stond een wassende maan.
Een harde knal deed hem bijna tegen het plafond springen van schrik. Het huis en de duisternis had nu al een slechte uitwerking op hem. Fender haalde diep adem. Focus.
Hij liep terug, zijn ogen dichtknijpend in de hal met de rare schilderijen. Zijn hart bonkte als een gek. Focus!
Aan het einde van de gang, waar het huis lichter leek te worden schrok hij zich opnieuw te pletter.
Op de trap, verscholen in de duisternis, zat een figuur. Half onderuitgezakt. In stilte.
‘H-ha-hallo?’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: