Waar denk ik aan? (4 mei, dodenherdenking)

4 Mei

4 Mei. Dodenherdenking. Maar wat, of wie, herdenk ik nu eigenlijk? Nu 70 jaar geleden lijkt de tweede wereldoorlog sterker dan ooit een ver van mijn bed show. Alles is eigenlijk een ver van mijn bed show. Oorlogen, bombardementen, vluchtelingen op boten dobberend op de oceaan. Ik kan me enkel inbeelden hoe het is om te leven met de trauma´s van een oorlog, het verliezen van dierbaren en het leven in angst.

Ik ben me er van bewust dat 4 mei traditioneel gezien bestaat om Nederlandse oorlogsslachtoffers te herdenken. Maar hoe kan ik mijn ogen sluiten voor slachtoffers van oorlogen die misschien ook wel van onze handen afkomstig zijn alleen maar omdat ze niet tot ons koninkrijk behoren?
Ik herdenk, omdat ik het belangrijk vind er bij stil te staan dat ik dit in vrede en veiligheid KAN doen. Omdat ik met een geliefde bij defensie net zo goed een nabestaande had kunnen zijn. En omdat ik me er op zo´n dag als deze zoveel meer van bewust ben hoe gezegend ik en mijn naasten zijn.

Terwijl het geluid van een trompet over het doodstille plein schalt sta ik stil bij al die mensen die moeten of hebben moeten lijden. Zij die vochten in oorlogen, zij die opkwamen voor anderen en daar hun eigen leven voor hebben opgeofferd, zij die hun weg moesten zoeken naar een beter bestaan en zich daar steeds weer voor over hoge heuvels en door diepe dalen hebben moeten worstelen.

Ik trek mijn warme vest over mijn schouders en staar in stilte naar buiten. Terwijl ik denk aan oorlogen in het verleden en heden voel ik mij dankbaar. Dankbaar dat ik binnen warm op de bank zit, dankbaar dat ik in veiligheid naar de tv kan kijken, met mijn familie om me heen, een warme maaltijd achter de kiezen en een lekker toetje dat nog op me staat te wachten.
Dankbaar dat ik niets weet van oorlogstrauma´s en herinneringen aan dood en verderf.

Ik kijk naar de gezichten op de tv en vraag me af hoe al die mensen daar op de Dam herdenken. Hebben ze een gezicht in hun gedachten? Een specifiek verhaal? Of denken ze net als ik aan al die mensen die gruwelijkheden hebben moeten doorstaan, of misschien zelfs nog doorstaan?Waar zij ook aan denken, voor heel even zijn we allemaal stil en verenigd.

De twee minuten zijn bijna ten einde en een stem in mijn hoofd schreeuwt. Kan het zo blijven? Kunnen wij allemaal, waar we ook aan denken, wie we ook zijn, verenigd blijven?

Morgen is het 5 Mei. Is de beste manier om onze vrijheid en veiligheid te vieren en alle slachtoffers te eren en herdenken niet het er voor de zorgen dat er nooit meer een oorlog is die slachtoffers kan maken en waar mensen uit bevrijd moeten worden? En is dit niet enkel te bereiken door ons te verenigen, ongeacht achtergrond, geloof, uiterlijk, voorkeur of geschiedenis?

Advertenties

nationale dag van rouw voor MH17

23 Jul

20140723-095024-35424487.jpg

Vandaag om 16.00 luiden we de klokken. We zijn allemaal stil ter nagedachtenis van de slachtoffers van Vlucht MH17. Opdat we hen nooit vergeten.

Ik hoop dat alle nabestaanden kracht kunnen putten uit de collectieve steun van heel Nederland die in gedachte bij hen is.

Ik ken je niet, en toch denk ik aan je…

18 Jul

Gisteren was je er nog. Je was vriendin, opa, moeder, klasgenoot, de buurman, een collega, die jongen aan de kassa, dat leuke stel van verderop in de straat. Gister nog zwaaiden naasten je uit op het vliegveld. Je was een vakantieganger op weg naar zon, zee en strand, een uitwisselingsstudent op weg naar familie, een professor op weg naar een conferentie.
Vandaag ben je een slachtoffer. Een slachtoffer van een strijd waar je helemaal niets mee te maken had. Slachtoffer van geweld dat even zinloos is als dweilen met de kraan open.

Ik ken je niet en toch ben je constant in mijn gedachten. Vakantie vieren voelt ineens egoïstisch wanneer ik denk aan het verdriet van de mensen die je gister nog uitgezwaaid hebben. De mensen die hoopten op een veilige terugkeer. Die nog steeds hopen dat ze straks zullen ontwaken uit een nachtmerrie.

Ik blijf aan je denken. Hoe je gisterochtend vol vrolijke verwachtingen in het vliegtuig stapte naar je exotische bestemming.
Het beeld van een Lonely Planet tussen de brokstukken getuigt van de plannen die je had. De wereld zien, een prachtig land ontdekken.
Ik sluit mijn ogen en ga in gedachten met je mee. Langs de douane, door de bagagecheck en richting de gate en op zoek naar je zitplaats in het voertuig.
Verder durf ik niet. Mijn hoofd kan het niet aan te bedenken wat je moet hebben gedacht toen het vliegtuig dat je naar je bestemming zou moeten brengen ineens naar beneden tuimelde. Ik hoop niets, maar vrees het ergste.

Ik ken je niet. Ook voor mij ben je een naamloos slachtoffer van zinloos geweld.
Toch voelt mijn hart zwaar. Het voelt zwaar omdat ik weet dat ik me met geen mogelijkheid kan voorstellen hoe het zou zijn als je mijn geliefde was. Mijn moeder, mijn opa, mijn vriendin of collega.
Ik ken je niet, maar toch ben je constant in mijn gedachten. Jij, je naasten en alle mensen die om je rouwen.

REST in PEACE lieve onbekende.
Mijn hart en gedachten zijn bij de mensen die je moeten missen en op de één of andere manier iemand steun te kunnen verlenen. Gewoon omdat je net zo goed mijn naaste had kunnen zijn.

Tien Euro Eiland

24 Mrt

 

Prompt: Vertel dit verhaal

Hoofdstuk 1

De opkomende zon laat het wateroppervlakte schitteren en ik moet mijn ogen toeknijpen om te zien waar de oude man ons naar toe had gebracht.
Aan het einde van een houten stijger lag een klein watervliegtuigje. Net groot genoeg voor de piloot, twee kleine rugzakken, Rutger en mijzelf.
Ik knijp mijn vriend in zijn hand en knik naar de piloot die zijn hoofd uit het raampje van de cockpit steekt.
“Kom op, het avontuur wacht!”
Ik gooi mijn rugzak in de kleine laadruimte en schuif op het bankje waar ik mooi uit het raam kan kijken.
Ik zie dat Rutger aarzelt en steek mijn hand naar hem uit. De zijne is klam en omklemt onzeker mijn vingers terwijl hij zich in het vliegtuigje hijst.
Hij is nooit echt een avonturier geweest, bedenk ik me, en ineens word ik overspoeld door een gevoel van dankbaarheid waardoor ik hem pardoes een kus op zijn wang geef.
“Dank je wel.”
Ik zie aan zijn gezicht dat hij er niets van begrijpt.
“Dat je dit samen met mij wilt doen.” zeg ik, terwijl ik mijn stoelriem vast maak en Rutger een van de gigantische koptelefoons aan reik.
Rutger haalt alleen zijn schouders op en strijkt wat haar uit mijn verhitte gezicht.
“Geen probleem lieverd.”
Langer praten kunnen we niet. Het vliegtuig komt met een luid gebrul tot leven en de piloot steekt zijn duim in de lucht.
“Ready?!” roept hij door de luidspreker.
Ik knijp nog steviger in Rutgers vingers terwijl ik mijn hart steeds harder voel bonken.
“Ready!”
Met een schok komt het toestel in beweging en een ruk in mijn maag geeft aan dat we van het water los komen.
Ik glimlach naar Rutger, die een beetje bleek begint te zien en terwijl ik zijn hand blijf vasthouden druk ik mijn neus tegen het raam.
De kleuren zijn overweldigend. Boomtoppen steken groen af tegen grillige rotsen en de zon glinstert in het heldere blauwe water. Het duurt niet lang voordat we enkel nog het oneindige van de oceaan zien.
Are you OK?!”
De stem van de piloot klinkt blikkerig door de speakers van mijn koptelefoon. Ik weet dat hij op Rutger doelt, die met een verbeten gezicht mijn hand fijn knijpt. Ik schenk hem een bemoedigende glimlach en wend me dan tot de piloot.
“Yes, we are OK! Are we almost there?”
Met een grijns steekt de piloot zijn vinger uit en met een bonkend hart volgt mijn blik hem .
Daar was het dan. Ons eiland. Ons eigen eiland. Het zag er adembenemend uit, gehuld in golven van nevel.
Er was echter nog steeds die prangende, onbeantwoorde vraag: waarom hadden ze het ons voor slechts een tientje verkocht?

 

Kerst op het strand

21 Jan

Zo, die is laat…! Ja, sorry!
Waarom nu pas? Dat zal ik je vertellen. Ik had het te druk! Werk, onderzoek, nieuwe vrienden, etentjes en dagjes weg. Ik had nauwelijks nog de tijd om aan mijn blog te denken. Arme lezers, maar ik ben jullie niet vergeten hoor!

De feestdagen in een ander land en zonder familie was een van de grootste uitdagingen die me te wachten stond.

Kerst is mijn favoriete feestdag. De lichtjes, de versieringen, de warmte en de gezelligheid. Iedereen die ik lief heb bij elkaar om te genieten van liefde en lekker eten.
Maar dit jaar zou het compleet anders worden. Geen kou, geen kerstboom, geen kerstliedjes en het ergste, geen familie en vrienden om alles mee te delen. Ik kan niet anders dan toegeven dat ik er enorm tegenop zag om kerst in zo’n ver land te moeten vieren.
Langzaamaan kwamen de dagen dichterbij kruipen en heimwee greep me bij de keel.

Tot ik twee weken voor kerst naar Pondicherry reed en ineens overal kerstverlichting en -versiering zag! Mijn verbazing was compleet toen er naast mijn favoriete cafe ineens een winkel met kerstspullen opdook en ik een kerstkoor voor de kerk zag staan. Mijn enthousiasme was nauwelijks te onderdrukken.

Een paar dagen later, na een gezellige dag in de granietmijn ontsprong het idee om met zijn allen lootjes te trekken voor ‘secret santa’, een variatie op het bij ons zo geliefde surprise-spel met Sinterklaas. Zo gezegd zo gedaan en na een paar foutjes (eigen namen, onbekende namen etc.) liep iedereen weg met de naam van de persoon waarvoor een gekocht moest worden.

En toen was het Kerstavond.Geen familie en na een vermoeiende trip naar pondi waarbij van alles fout ging stond ik op het punt te breken.
Tot dat…20 armen om me heen in een grote groepsknuffel.
Samen met mijn tweede familie geniet ik van een diner dat niet onderdoet voor eentje thuis. We lachen, drinken, eten, pakken cadeautjes uit en zingen kerstliedjes bij de kerstboom.
Als ik terug kom van het toilet sta ik op de hoek even stil en bekijk het tafereel. Warmte borrelt in me op als ik naar de groep mensen rond de tafel kijk. Mijn tweede familie ver weg van huis.

Op eerste kerstdag vertrekken we met zijn allen naar het strand. Daar sta ik dan, in mijn zwemkleding in de golven terwijl ze thuis zitten te bibberen. Ineens vind ik het helemaal niet zo erg om kerst te vieren zo ver weg van huis.

We dollen, geinen en zwemmen en voor ik het weet zijn de kerstdagen om en moet ik weer aan het werk.
Mijn onderzoek schiet al op, de hoofdstukken beginnen vorm te krijgen en ik leer steeds meer van alle lieve vrouwen in de organisatie.

Oud en nieuw vier ik op een groot feest in het bos en vier en een half uur eerder dan al mijn familie en vrienden ben ik in het nieuwe jaar dat ongetwijfeld een van de beste jaren ooit gaat worden.

Tempels en bergen

21 Dec

Ik zit in de bus naar Gingee, een stadje met eeuwenoude forten op drie grote bergtoppen. De wind blaast in mijn gezicht terwijl ik mijn ogen uitkijk. Alles is hier zo kleurrijk!
Groene rijstvelden zo ver het oog reikt, gele, rode, bruine, paarse kruiden in grote zakken tussen rode appels, gele mango’s en groene ananassen. Huizen in alle kleuren van de regenboog en vrouwen in matchende sari’s.
Na een uur of wat veranderd de jungle langzaamaan in woestijn en voor ons doemen grote bergen steen op aan de horizon.
We stappen uit in Gingee en staan onder aan de eerste berg. Honderden traptreden liggen aan onze voeten en ietwat aarzelend beginnen we aan de eerste tocht naar boven. Het kost wat moeite. Niet alleen speelt de warmte parten, ook de hordes jonge mensen die schijnbaar nog nooit een blank persoon hebben gezien en allemaal met ons op de foto willen zorgen er voor dat we er langer over doen dan verwacht. Maar het loont, hoewel de berg de laagste van de drie is, is het uitzicht adembenemend.
In een uit een steen gehakt torentje nuttigen we onze lunch (biriyani met raita en een paar slokken lauw water) terwijl we uitkijken over de rijstvelden en het stadje aan de voet van de berg.
Na de toerist uit gehangen te hebben en minstens 50 foto’s genomen te hebben was het tijd voor de tweede berg. Een monster van een ding bewoond door apen en slangen.
Een aap jaagt ons de stuipen op het lijf door met zijn angstaanjagende uiterlijk achter ons aan te rennen in een poging de zak met left over biriyani van ons te stelen. Missie geslaagd, we geven de zak af en rennen zo snel als we kunnen de trap op om te ontsnappen aan dit beest (dat heel erg op Gollum lijkt!).
Deze berg heeft minder trappen en gaat minder stijl omhoog maar toch hijgen we als we boven aan komen. Maar het uitzicht is het waard! We kijken verder, tot aan de Bengaalse baai en zien koeien en mensen zo klein als mieren, gekleurde huisjes zo groot als legostenen en uitgestrekte velden. Wauw!!
Helaas kunnen we niet lang blijven. De poort sluit om vijf uur en we moeten haasten om dit te redden. Vlak voordat het hek in het slot valt is ons bergbeklim avontuur ten einde.

Een paar dagen later staan we wederom in alle vroegte paraat, dit keer om de bus naar Mahabalipuram te nemen. Een oud stadje met tientallen tempels die allemaal uit één stuk steen gehakt zijn. Je zit in sommige de groeven van oude werktuigen nog zitten.
Het is opnieuw veel lopen, dit keer geen trappen op gelukkig, maar straten vol met steenhouwerijen door. Het is wel te zien waar dit stadje bekend om staat, de mooiste en meest gedetailleerde kunstwerken uit graniet staan uitgestald langs de weg.
We lopen langs tempels gewijd aan olifanten, koeien en apen en beklimmen een vuurtoren die uitkijkt over de Indische oceaan en het kleurrijke Mahabalipuram.
Aan het einde van de dag zijn we doodop maar toch eindigt ons avontuur niet.
De busreis naar het stadje verliep rustig, met elk een plek aan het raam en de warme wind in onze gezicht. Maar de busreis terug is andere koek. Na vijf bussen die te vol waren om ons er in te proppen, een koude regenbui, minstens twintig liedjes gezongen voor een gewillig publiek van schoolkinderen waren we bang dat we niet meer thuis zouden komen. De enige optie, lopen naar het volgende stadje of ons in de eerst volgende bus proppen.
Het laatste geschiede, een bus arriveerde en samen met de schoolkinderen duwde, trokken en stompte we onze weg naar binnen.
Daar volgde een reis vastgeplakt tussen twee opgeschoten jongens die maar al te graag even hun hand lieten zakken en net even iets te hard duwde tegen plekken waar ze normaal alleen over dromen. Op een voet de andere zweefde ergens boven de voet van de controleur en ik durfde ‘m niet neer te zetten uit angst uit de bus gegooid te worden), hangend aan de handvatten boven mijn hoofd bracht ik de twee uur terug naar Auroville door. Spannend, ja, vermoeiend, zeker weten! Nog een keer? NEE!

6 weken!

21 Dec

Alweer zes weken in India… De tijd vliegt voorbij en ik heb nauwelijks door dat het zo snel gaat!

Na een lastige start met heimwee en gedoe heb ik eindelijk het gevoel op mijn plaats te zijn. De roestige machine komt op gang en blijkt een racemonster te zijn.
Met een groepje net gemaakte vrienden om me heen en genoeg leuke dingen om te doen en bezoeken is het net alsof ik thuis ben. Zelfs de komende feestdagen lijken niet meer zo verschrikkelijk als eerst.

De afgelopen zes weken hebben me veranderd. Onbewust heb ik een start gemaakt met mijn persoonlijke transformatie.
India heeft me geleerd wat loslaten is. Je kunt hier niet anders. Van het verkeer waarin je constant het idee hebt dat je gaat botsen tegen auto’s, brommers, riksja’s en heilige koeien tot muggen, koude douches en lekkende wc’s. Er is niets wat je er tegen kunt doen dus klagen en geïrriteerd raken heeft weinig zin.

Het land zorgt er ook voor dat ik de luxe van thuis meer ga waarderen.
Een warme douche in de ochtend, een luie zondag op de bank met de TV aan, even een kop koffie bij Bagels&Beans en er gelijk een stuk cheesecake bij nemen en vooral een lekker dik matras en een goed kussen.

Het werken met de vrouwen van WELLpaper laat me in zien hoe belangrijk de kracht van een groep is. Samen staan ze sterk en kunnen ze de hele wereld aan. Van hun veerkracht en positiviteit kunnen heel veel mensen wat leren.
Ze zijn open en in staat om alles te delen, zelfs als dat betekend dat ze zelf niets meer hebben.
Het verbaasd me… mensen die (bijna) niets hebben willen met liefde alles delen, en mensen die alles hebben, houden dit angstvallig voor zichzelf!

En hoewel dit niet specifiek voor India is, heb ik hier ook de kracht van Vriendschap aan het werk gezien. De positieve kracht die iets wat donker lijkt ineens weet kleur kan geven. De kracht van het elkaar nog maar net ontmoet hebben maar toch het gevoel hebben dat je elkaar al eeuwen kent. Met de drie mensen die ik net ontmoet heb voelt het als thuis, vertrouwd en warm.

Het is zo leuk samen dat we hebben besloten uit het hostel te verhuizen en met zijn allen in een appartement te trekken.
Ons nieuwe onderkomen is schattig geel huisje in het dorpje Allankupam, nog geen vijf minuten met de scooter van mijn werkplaats af en de ideale plek om het echte Indiase leven te beleven.
Omringd door een school, een tempel, twee winkeltjes en huizen is dit heel anders dan het afgeschermde hostel in Auroville.
Met al onze bagage op drie scooters zijn we afgelopen maandag verhuisd maar het appartement waar we met thee en ladoo begroet werden door onze nieuwe buren. Het is een warm gevoel, een echt ons kent ons buurtje en dus redelijk veilig voor ons om te verblijven.
Natuurlijk blijft het een bezienswaardigheid, twee blanken (de andere vier zijn allemaal Indiaas en vallen dus niet zo op) in een Indiaas dorpje. Het zorgt voor het nodige gestaar en gefluister maar na een paar dagen is het al minder, alsof ze aan ons gewend raken.

Nu we onze eigen plek hebben, waar we onze eigen regels kunnen stellen hebben we ook eindelijk een plek om de plannen voor kerst uit te voeren. Een groot secret santa feest compleet met een diner, liedjes en cadeau’s. Het enige wat nog ontbreekt is een kerstboom, maar met de decoraties die ik bij WELLpaper heb gekocht is het al een heel stuk feestelijker. Laat de feestdagen dus maar komen!

Kerk, tempel, ashram

24 Nov

Pondicherry! Hoe anders is dit stadje dan het rustige, serene en stille Auroville! Zodra we met de bus de stad in rijden voel je de sfeer veranderen. De drukte en chaos is even wennen maar al snel manoeuvreer ik me tussen de mensen en koeien door alsof ik er al jaren rondloop! Ik negeer met een stuurse blik de tientallen kleine bedelaartjes die met puppyogen hun hand op houden en probeer niet te kijken naar de leprozen die met grote gapende gaten in hun vlees aan de rand van de weg zitten. Ik begin te leren dat je hier maar het beste je verstand op nul kan zetten en je blik op oneindig zodat een niet honderden bedelaars, zwendelaars en leprozen op je af zwermen. Dat zou mijn arme hart niet aan kunnen.
Vandaag is Pondi voor ons de plek voor het bezoeken van drie heilige plaatsen. De Ashram van Sri Aurobindo, een tempel gewijd aan Ganesha en een kerk gewijd aan Maria Magdalena.
We beginnen met een lunch in de eetzaal van de Ashram. Voor 20 roepies (0,23 eurocent) serveren ze daar rijst, curry, yoghurt met suiker en banaan en een plak brood. Het is een simpele maaltijd die we in stilte nuttigen maar het is voedzaam en de vredige uitstraling op de gezichten van (veelal grote gezinnen van arme) Indiërs om ons heen maakt gelukkig.
Na deze inspirerende lunch wringen we ons door de grote menigte van mensen, auto’s, riksja’s, brommers, honden en koeien en lopen we naar de promenade langs de Bengaalse baai. In de brandende zon hebben we een prachtig uitzicht op grote blauwe golven. Op de promenade staan karretjes vol met kokosnoten, ananassen, watermeloenen en ijsjes en hier en daar worden namen van toeristen in zeldzame schelpen geslepen. Ik wijs een trommelverkoper af en loop met een boog om een kraampje vol koraal heen. Achter deze chaos vind ik het reusachtige standbeeld van Ghandi. Deze wordt maar met weinig respect behandeld. Lokale jongeren roken sigaretten op Ghandi’s linker voet, kleine jongetjes zijn bezig op zijn arm te klimmen en een stel toeristen maken op de een of andere manier foto’s van de achterkant in plaats van de voorkant.
Ik maak snel mijn eigen foto’s en vlucht dan samen met de anderen naar een koffietentje met een prachtige Lotusvijver aan de voorkant en heerlijke chocolade-ijskoffie op de menukaart.
Na deze welkome versnapering gaan we op zoek naar de kerk, die niet zo makkelijk te vinden blijkt als we dachten maar zich na lang lopen uiteindelijk recht voor onze neus bevond. Een reusachtig gevaarte, opgebouwd uit wit kalksteen met gouden versieringen en een groot, gouden standbeeld van Jezus op de oprit. De binnenkant wordt gerenoveerd maar is en blijft kitcherig, met een felverlicht beeld van een droevig kijkende Marie en en kindje Jezus en grote, bontgekleurde schilderingen aan de wand. Compleet het tegenovergestelde van de sobere, donkere kerken die we in Europa kennen.
Na deze kerk liepen we verder naar de Ashram. Een plek gericht op yoga en meditatie om men dichter bij het goddelijke te brengen. Ik volg de meute en neem plaats naast een foto van De Moeder en Sri Aurobindo (de oprichters van de Ashram en Auroville) voor meditatie. Dit keer lukt het me beter om mijn hoofd te ontdoen van chaos en tenminste een half uur zit ik in stilte. Tot mijn voet begint te slapen.
Na wat rondgelopen te hebben, wat boeken met wijsheden te hebben bekeken en onze slippers weer opgehaald te hebben zijn we door gegaan naar de laatste trekpleister van de dag, een tempel gewijd aan Ganesha met een levende olifant die zegeningen geeft aan iedereen die hem een muntstuk of banaan toestopt.
Hoewel het dier is opgegroeid in gevangenschap vind ik het toch zielig. Opgedirkt met zilveren enkelbanden, bloemenkransen en schilderingen op zijn slurf en oren staat het dier in nauwe steeg waar mensen (vooral toeristen) dringen om zich te laten zegenen en foto’s te maken. Zo geconditioneerd dat hij de muntstukken direct aan zijn baas doorgeeft vraag ik me af of hij gelukkig is. Ik verbeeld me dat zijn ogen bedroefdheid uitstralen.
Na dit tafereel betreden we de tempel, waar het gigantisch druk is. Er vind een Puja plaats. Een zegening door de priesters van de Ganesh Tempel, compleet met offers, muziek en heel veel gedrang.
Ik krijg nauwelijks de tijd om de kleurrijke schilderingen op de muren en het plafond te bekijken want ik wordt meegetrokken langs Ganeshbeelden waar ik word gezegend met rook en een grijze en rode stip op mijn voorhoofd. Mijn Indiase vriendin probeert me ondertussen uit te leggen wat Puja doen inhoudt en waar de god met de olifantenhoofd voor staat.
Bij de uitgang krijg ik nog snel een zegening van de allerhoogste priester en vol met stippen loop ik naar buiten.
En zo eindigde een dag die in het teken stond van verschillende uitingen van geloof. Inspirerend en voeding voor mijn eigen zoektocht naar het spirituele.
We nemen een riksja terug en stoppen bij de Parantha-man voor ons avondeten. Eenmaal in het hostel krijg ik tijdens het eten nog even de schrik van mijn leven en leer ik dat eten met mijn voeten op tafel niet echt makkelijk gaat. Maar het moest, een kleine zwarte Schorpioen besloot namelijk dat onze tafel een fijne plek was om onder te schuilen.
India; 2, Alex; 0. Ik zie dit soort dieren toch liever achter glas!

Rust en chaos

20 Nov

20131120-180638.jpg

De eerste zonnestralen raken het gouden oppervlakte van het immense gebouw voor mij. Vogels fluiten en een zwerm libelle’s stijgt op vanuit het nog vochtige gras. Het is acht uur ‘s ochtends en in stilte volgen we onze gids naar de voet van de Matrimandir, het spirituele middelpunt van Auroville, een experimenteel township in India. De sfeer in de omringende tuin is sereen, terwijl ik me bijna automatisch concentreer op mijn voetstappen op de leien tegels. Loopmeditatie… Een overblijfsel van mijn eerdere avontuur bij de monniken in Thailand.
We naderen de ingang. Stappen daar in stilte uit onze slippers en volgen een oude, in wit geklede dame de eerste laag van de Matrimandir in.

Adembenemend. De sereniteit straalt overal vanaf terwijl ik de delicate rondingen van het gebouw bekijk. Alles klopt. Mijn lichaam voelt precies wat de bedenker van het gebouw wil dat het voelt. Een soort heelheid, vrede met alles.
De Matrimandir ontvouwt zich voor mijn voeten en langzaam lopen we een omhoog cirkelend pad op, tot aan de binnenste laag van dit prachtige bouwwerk, the ‘inner chamber’: een grote witte ruimte wordt omringd door immense pilaren. Het middelpunt is een grote glazen bol die een enkele lichtstraal uit een punt in het plafond weerkaatst. Een ongelofelijk surreëel en adembenemend gezicht.
We nemen plaats op witte kussens en wanneer ik mijn ogen sluit is de stilte oorverdovend.
Ik mediteer en verbaas me over de niet te stoppen chaos in mijn hoofd. Aan niets denken lukt niet en ik ben akelig op de hoogte van mijn adem, het tintelen van mijn voeten en het steken van mijn rug. Ik scheld mezelf in mijn hoofd uit voor zwakkeling terwijl ik me opnieuw probeer te concentreren op de glazen bol in het midden en enkele stofdeeltjes gevangen in het licht.
Ik voel me licht en zweverig, alsof ik door de stilte mijn zintuigen honderd keer sterker ervaar. Ik ben hierdoor compleet overdonderd en dat maakt het alleen nog maar moeilijker me te concentreren. Zijn er echt mensen die dit elke dag doen? Vijftien minuten gaan voorbij voor we in stilte weer op staan en laag voor laag de Matrimandir weer verlaten. Terwijl de andere bezoekers snel het bezoekerscentrum in gaan om hun wilskracht te belonen met een ijsje keer ik me voor nog een laatste blik op het gigantische bouwwerk. De Matrimandir rijst als een grote, gouden globe op uit het landschap van steen, bloemen en bomen. Links ligt het amfitheater, waar in een stenen urn de aarde uit het thuisland van de inwoners rust en waar op de geboorte- en sterfdag van de Moeder (de oprichtster van Auroville) een groot herdenkingsvuur brandt. Rechts staat de Banyanboom, het middelpunt van deze vreemde, inspirerende stad.
Ik blijf staan totdat de gids me terugroept. Het is tijd voor de toeristen en newbies om te vertrekken en voor de echte spirituele doorzetters om in stilte dit immense gebouw te betreden. Zal ik daar ook nog eens toe gaan behoren? Ik betwijfel het…

.Waar de dag begon in complete stilte en rust, eindigde de dag in chaos en drukte. Pondicherry. Een klein stadje zo’n twintig minuten van Auroville vandaan en een wereld van verschil.
Zijn de mensen in Auroville kalm en relaxt, in Pondicherry is iedereen het tegenovergestelde. Zodra je het stadje nadert komt een zwerm van autoclaxons, geloei van koeien en geschreeuw van mannen je tegemoet. De sfeer is agressief en opdringerig, om van de geur in de opgebroken straten nog maar niet te spreken. Dit is het echte India. Weg van het soms wat zweverige Auroville laat het land haar echte gezicht zien.
De Lonely Planet omschrijft een oud koloniaal stadje verdeeld in twee delen, Frans en Indiaas. En het is waar, de bus stopt in het opmerkelijk schonere, Franse gedeelte, waar de bouwstijl en groenvoorziening aan de Rivièra doet denken. Maar zodra we een hoek omslaan raken we verstrengeld in de Indiaase chaos van auto’s, riksja’s, fietsers, voetgangers, koeien, honden en varkens. Bedelaars klampen zich aan ons vast en zodra we ook maar even naar een mooie sari of setje armbanden kijken komen er tien koopmannen op ons afgestormd.

Toch heeft het wel wat. De complete tegenstelling met thuis geeft me een triomfantelijk gevoel.
Na een lunch met kleffe pizza en zoete koffie struinen we door de kleine, drukke straatjes, dingen we af voor salwars en bindi’s en stappen we een stoffenwinkel in waar we bij elke beweging gevolgd worden door drie winkelbediendes. Ondanks deze benauwende ervaring is het me gelukt om mooie stof uit te kiezen die ik door de kleermaker in Auroville kan laten omtoveren in een Salwar Kameez, naast de Sari de traditionele Indiase klederdracht.

Na veel shoppen hebben we ons met alle tassen in een riksja gepropt die ons afzette bij het bezoekerscentrum van Auroville waar we onszelf getrakteerd hebben op heerlijke ijskoffie en een brownie.
En toen was week twee weer om. De tijd gaat langzamer dan ik verwacht had maar de relaxte sfeer in Auroville doet me goed. Zo kan ik opladen voor het afstuderen dat me te wachten staat als ik weer terugkeer 😉

Het fijne aan Auroville en WELLpaper is dat ik complete vrijheid heb in wat ik doe, laat en wil. Alles straalt hier zo’n intense relaxtheid uit dat het makkelijk is om mijn Nederlandse drukte opzij te zetten en mee te gaan met de flow. Het werk bij WELLpaper is leuk, hoewel ik ontzettend respect heb voor de vrouwen die dit werk dag in dag uit doen. Ik kan makkelijk weg van het werk dat bestaat uit eindeloze herhaling. Knippen, rollen, weven, schilderen. Elke dame heeft haar eigen specialiteit en doet urenlang hetzelfde. Ik neem me voor om nooit meer te klagen over mijn werk in Nederland!
Tijdens het werk praten we. Zo goed als we kunnen in een mix van handgebaren, gebrekkig Engels en gelach om mijn verschrikkelijke Tamil uitspraak maken we grapjes en vragen we elkaar over echtgenoten, vriendjes en familie.Ik versta maar de helft en zij verstaan mij ook amper maar toch hebben we de grootste lol. De dagen kabbelen voort en mijn roze wolk is terug, deze keer hopelijk voor wat langer!

Stijgen en landen (deel 2)

8 Nov

Ik kijk vanaf het dak uit over de groene boomtoppen die het hostel omringen. De zon is een felrode cirkel die steeds verder weg zakt in de lage bewolking. Er zingt een volgen en ergens verderop schreeuwt een pauw om zijn vrouwtje. Een zacht en koel windje blaast haren in mijn gezicht en heel even sluit ik mijn ogen. 
Het begint te schemeren. De koplampen van brommers werpen gekke schaduwen op de bomen en ik zie een vleermuis langs de watertank schieten. In de verschillende huizen om mij heen gaan lampen een voor een aan en krekels beginnen te tjirpen. Het is vredig, alsof deze drukke wereld eindelijk even de pauzeknop heeft ingedrukt. 

Nu ik eindelijk een beetje aan het landen ben in de chaos dringt het pas echt tot me door. Ik ben in India. Het land waar ik zoveel over gehoord heb, zoveel naar uit gekeken heb en zelfs in mijn dromen al zo’n beetje woonde. 

Ik wil niet zeggen dat het tegen valt, het is een prachtig land, met mooie natuur, vriendelijke mensen ( als je de juiste treft!) en een enorm kleurrijke cultuur. Maar er knaagt toch iets. Na een week voel ik me nog steeds niet helemaal op mijn gemak tussen de mensen die ik niet versta, op mijn houten plankje met kussen dat ik een bed moet noemen en steeds maar weer dat staren naar mijn witte huid.  Sinds twee dagen voelt het echt alsof er een steen in mijn maag ligt, waardoor ik steeds meer heimwee krijg naar mijn eigen, koude kikkerlandje, de regelmaat en de rust en vooral alle mensen die me lief zijn. 
Kan het zijn dat de cultuurschock bij mij in een razend tempo door de fases heen gaat? 

De afgelopen week was een wervelstorm van informatie, gebeurtenissen en mensen die op me af kwam. Na een dag van veel ‘eerste-keren’ startte ook zaterdag met iets nieuws. Diwali! Een groot festival dat draait om lichtjes en het aanbidden van de goden en wat je qua grootheid een beetje kan vergelijken met Sinterklaas en kerst bij ons in Nederland. 
Ik was uitgenodigd om te komen lunchen bij de organisatie van Cleo, een studiegenote en zo gezegd, zo gedaan. 
Het huis was vol met mensen, de grond lag vol met kussens en in de keuken stonden vrouwen in prachtige sari’s iets te bakken. 
En toen volgde er nog zo’n eerste keer. Eten op de grond, met een palmblad als bord en je rechterhand als bestek. Het eten was heerlijk, witte jasmijnrijst, bonensalade, tonijnsalade met pasta, allu gobi ( aardappelen met bloemkool) en nog een aantal dingen die ik niet kende. Ik heb lopen smullen tot ik propvol zat en zelfs toen bleven ze nog bij scheppen. Dat is het leuke met de mensen hier, ze delen alles, ook al hebben ze zelf helemaal niet zoveel. 
Na deze lunch ben ik terug naar het hostel gegaan, waar ik in een diepe voedselcoma heb gelegen tot het een uur of zes was en het donker werd. Ik schrok wakker van de schelle stemmen van de vrouwen die het hostel runnen en toen ik mijn hoofd om de deur stak werd ik gevraagd of ik mee wilde doen aan de traditionele Diwali viering, het versieren van het huis met lichtjes en het afsteken van vuurwerk terwijl je allerlei zoetigheid te eten krijgt. Daar zei ik natuurlijk geen nee tegen! 
Natuurlijk hield ik het alleen bij sterretjes, want ander vuurwerk vind ik doodeng maar het was gezellig! Na deze viering ben ik op uitnodiging mee gegaan met een groepje Indiërs naar een feestje even verderop aan het strand en zo eindigde mijn tweede dag onder de sterren met het geluid van de golven. 

De volgende dag begon het echte leven hier. Onder een koude douche begon ik me te realiseren dat ik vandaag echt aan de slag zou moeten en de zenuwen waren in een klap terug. Hoe zou het zijn? Zouden ze aardig zijn? Zouden ze me accepteren? Wat als ik het niet leuk zou vinden? 
Eenmaal bij het kantoor aangekomen kwam een nieuwe wervelwind aan informatie, gebeurtenissen en mensen die zich aan me voorstelde.  Veel te vroeg aanwezig keek ik toe hoe de vrouwen het naastgelegen WELLcafe klaar maakte voor een nieuwe dag. Ik kreeg koffie, en nog een, en nog een. Pas een half uur later kwamen er eindelijk mensen die me herkende als hun nieuwe stagiaire. Ik startte met het bijwonen van een meeting, waarbij ik kennis kon maken met een klein aantal van de vrouwen en discussies over het wel en wee van de organisatie. Hier werd al snel duidelijk wat een fijne organisatie WELL is. Ze zijn inspirerend, gebruiken veel van de methodes die ik geleerd heb tijdens de minor, en zijn bovenal heel open en flexibel. 
Omdat het heel hard regende, waardoor de wegen in een grote modderpoel veranderden en ik nog steeds niet zelfverzekerd op mijn scootertje ben besloot ik die dag op kantoor te blijven. Gewoon wat kennis maken met de dames hier en rond surfen op het internet naar geschikte informatie. Aan het einde van de dag stapte ik met een groot aantal bladzijdes volgeschreven weer op mijn scootertje richting Mitra. 

Dinsdag verliep anders. De wegen waren opgedroogd en in slakkegangetje ging ik richting de werkplaats. In de verte hoorde ik al het gepraat en gezang van vrouwen en hoe dichterbij ik kwam hoe vrolijker het klonk. 
De verschillende units hier werken allemaal bij elkaar in een groot gebouw zonder ramen. Ze weven, schilderen, zingen en praten en toen ik werd voorgesteld vroegen ze gelijk naar mijn naam, afkomst, ouders, broers, zussen en man. Enigszins overrompeld heb ik ze met handen en voeten geprobeerd uit te leggen hoe of wat en toen werd ik met een brede glimlach uitgenodigd om te gaan zitten.  
En zo verlopen ook de rest van de dagen. Ik rijd met iemand mee naar de werkplaats, wordt ontvangen met een luid ‘hallo’ en met handen en voeten praten we zo goed en zo kwaad als het gaat met elkaar, zij nieuwsgierig naar mijn wereld, ik naar die van hun. 

Het donker valt als een dikke deken over Auroville. De geluiden van overdag maken plaats voor die van de nacht. Geritsel, gekraak. Een korte regenbui stort zich uit over mijn hoofd en ik besluit naar beneden te gaan, naar de pattio. In gezelschap van de hond verlaat ik het dak. Ik hoor vrolijke stemmen die mijn naam roepen en als ik de laatste trede afstap voel ik een warme arm om me heen. Ik kijk in het lachende gezicht van mijn nieuwe vriendin en voel hoe de steen in mijn maag langzaam begint op te lossen.